feiten    producties    medewerkers    personages    artikelen    prijzen    ereleden    kindertheater    contact   

voor het laatst bijgewerkt op: 14-05-2012
                                                                                                      

Interview met Aart van den Brink

door Andrea de Leeuw (december 2009)

Verschenen in de AcA Nieuwsbrief van de maand januari 2010

 

Hoe lang ben je al bezig met muziek en teksten?

Muziek was er altijd al. Jaren zestig, de popmuziek, beetje gitaar leren spelen. Rond 1990 begon ik gedichten te schrijven en een paar jaar geleden kwamen daar liedjesvertalingen bij. Songs die ik mooi vond, ingewikkeld om te vertalen, uitdagingen zeg maar. Tot mijn eigen verbazing begon ik ineens ook zelf liedjes te schrijven. Dat doe ik nu het meest. Naast mijn baan overigens, schrijven is niet mijn vak.

Wat is moeilijker, eigen teksten schrijven of vertalingen maken?

Ik weet het niet precies. Het gemak van een vertaling is dat je nauwelijks iets zelf hoeft te bedenken, maar als je het serieus doet, heb je ook weinig vrijheid. Bij een eigen tekst is de inspiratie het grote probleem. Als je die eenmaal hebt, ben je er zo.

Hoe moeilijk is het een lied te vertalen en tevens het juiste ritme vast te houden?

Laat ik voorop stellen dat het juiste taalritme misschien wel het belangrijkste van een vertaling is. Zodra er ergens een verkeerd accent valt of er gepropt wordt met woorden, is de hele vertaling meestal al mislukt. Ik ben zelf in elk geval erg allergisch voor dat soort vertaalzondes, maar er zijn er wel meer hoor. Als je uit het Engels vertaalt, heb je onder andere het probleem dat Engelse woorden gemiddeld korter zijn dan Nederlandse, zodat je vaak lettergrepen te kort komt… maar dat is dan wel weer de uitdaging.
Ook het gegeven dat Engelse liedjes vaak met alleen maar manlijk rijm werken - dat wil zeggen met een beklemtoonde laatste lettergreep - geeft in vertaling soms een wat onnatuurlijk effect.

Treed je vaak op?

Nee hoor. Ik ben daar in 2008 mee begonnen omdat ik één keer wilde zien wat mijn eigen liedjes zouden doen en nu neem ik zo’n beetje elk optreden dat me voor de voeten komt. Als ik twijfel, doe ik het toch, dat is mijn instelling zo’n beetje. Een paar keer per jaar dus.

Je hebt je toneeldebuut gemaakt in de eenakter De talentenjachtshow. Hoe was dit?

Tja, een beetje het gevolg van die keuze bij twijfel. Andrea vroeg me om mee te doen en ik dacht, ach waarom niet? Maar ik vond het wel heel vreemd. Nooit op toneel gestaan, dan wat eigen liedjes en ineens in een theaterstuk. Maar ik had geen tekst hoor, ik mocht zingen en spelen. Anders had ik het vast niet gedurfd.

Hoe beviel de samenwerking met een groep, heb je dat meer gedaan?

Ik voelde me er best thuis, ik ben dan wel soloartiest, maar zonder toneelervaring en in een groep word je lekker meegesleept, dat is toch heel prettig. Ik vond het ook heel bijzonder om te zien om te zien hoe het werkt als iemand toneel wil spelen. Maar dat zal ook wel een beetje gelden voor een middelbare man die wat vreemde liedjes zit te zingen.

Hoe vond je de verschillende eenakterfestivals (Polanen, Cameleon, Diemen)?

Ik was verrast door de kwaliteit van sommige stukken en van het spel van een aantal acteurs. De combinatie van meerdere stukken op een avond vond ik erg geslaagd. Maar deze wereld is nogal nieuw voor me en ik weet er weinig van. Ik was zelf ook nogal nerveus, maar het was mooi om de concentratie bij de anderen te zien van onze groep en bij anderen. Wat een inzet.

Je bent gevraagd het openingsnummer van Sebastiaan te schrijven en te zingen, heb je vaker op verzoek nummers geschreven?

Nee, eigenlijk niet, besef ik nu. Al die gelegenheidsliedjes als een collega afscheid neemt, kun je toch niet meetellen. Nou is het schrijven van een vrije tekst over een bepaald onderwerp op een bestaande melodie niet erg ingewikkeld, dat moet altijd wel lukken. Eerlijk gezegd ben ik erg tevreden over die tekst.